Meer mensen ziek dan werkloos

Hoe werkbaar is ons werk? Kris Peeters, Vice-eersteminister en minister van Werk, en Mathieu Verjans, Nationaal secretaris ACV bevoegd voor arbeidsmarktbeleid, mochten het hierover in een debat tegen elkaar opnemen op 24 oktober 2018 in Hasselt.

Getuigenissen 

Het debat startte met enkele confronterende videogetuigenissen. Een beetje ‘Het leven zoals het is op de werkvloer’. En dit leven blijkt niet altijd even plezant te zijn. Meer dan één werknemer vraagt zich af of hij zijn huidige job wel tot het einde van zijn carrière kan volhouden. Niet in de laatste plaats omdat het lichaam niet altijd meer mee wil maar ook omwille van de steeds maar toenemende werkdruk.

Leefbaar 

Mathieu zette meteen de toon door te stellen dat de regering beter eerst had nagedacht over de uitstapmogelijkheden voor werknemers, dan wel meteen een sprong van 7 jaar in de pensioenleeftijd te maken. Want ja, de gemiddelde Belg hield het voordien op gemiddeld 59,7 jaar bekeken op de arbeidsmarkt en dat bleek in vergelijking met de omringende landen te vroeg te zijn. “De inhaalbeweging die we nu moeten maken, zorgt ervoor dat we ons niet meer afvragen of ons werk nog werkbaar is, maar wel of het nog leefbaar is.”

Keuzemenu 

Kris Peeters onderstreepte zulke maatregelen niet voor het plezier te nemen en gaf toe dat het debat in België veel vroeger had gevoerd moeten worden. “Door de hogere levensverwachting kunnen we ons niet meer permitteren mensen te vroeg van de arbeidsmarkt te laten vertrekken,” aldus Peeters. Hoewel hij ook besefte dat er aangepast werk moet zijn. De Wet betreffende Werkbaar en Wendbaar Werk (05.03.2017) was onder meer een poging om de arbeidsomstandigheden in de hele loopbaan te verbeteren en zo langer werken en een latere pensioenleeftijd mogelijk te maken. Dat de kaarten voornamelijk in handen van de werkgevers zijn, wekte toen en nu heel wat argwaan.

2030 

Daarop verder bordurend was er geen begrip voor het inperken van de mogelijkheden om aan het einde van de carrière wat minder te werken. Dat de leeftijd voor landingsbanen door het zomerakkoord opgetrokken werd tot 60 jaar vanaf 1 januari 2019 zette kwaad bloed. Peeters suste door erop te wijzen dat de pensioenleeftijd van 67 jaar pas ingaat in 2030 en er nog tijd is om het één en ander te bekijken. Toch was hij het ermee eens dat er tegen dan voor de werknemers de mogelijkheid moet zijn om minder te werken zonder er een financiële kater aan over te houden.

Medische redenen 

Tijdens de thema’s die de revue passeerden, ging de nodige aandacht uit naar de re-integratie van langdurig zieken. Vooral naar het feit dat het ontslag om medische redenen het nieuwe brugpensioen dreigt te worden. “De werkgevers zitten met de handen in het haar. Vroeger werden werknemers met SWT/brugpensioen gestuurd. Nu zoeken ze hun uitweg via het ontslag om medische redenen,” getuigde iemand uit de zaal. Kris Peeters gaf toe deze misbruiken verkeerd ingeschat te hebben. Verbetering zou opkomst zijn met een advies van de Nationale Arbeidsraad. Wat het SWT betrof, hield hij voet bij stuk: er zijn teveel openstaande vacatures om werknemers te vroeg te laten gaan. Dat de spelregels nu waren verstrengd, was volgens hem nog steeds beter dan de volledige afschaffing ervan, zoals andere partijen dat graag wilden. Mathieu haalde even uit. “Er zitten momenteel meer mensen in de ziekteverzekering dan in de werkloosheid. Dat is toch een duidelijk teken dat mensen het niet meer aankunnen.”

Statuut 

Het debat eindige toch nog met een positieve noot. Eind 2016 trok de ACV-Werkzoekendenwerking naar minister Peeters in verband met de stopzetting van de uitkering van werkloze jongeren met een medische beperking. Aan het probleem werd tijdelijk een mouw gepast. In het zomerakkoord van 2017 werd gewag gemaakt van een definitieve oplossing door middel van een apart statuut voor deze jongeren. “Ondertussen noteren we 2018 en nog is er geen zicht op dit statuut,” aldus Roland Valkeneers. De minister kon alvast verklappen zo goed als rond te zijn met dit dossier en binnenkort hierover te kunnen communiceren. Met een enigszins gemompelde ‘af en toe doen we toch iets goed’ werd het debat afgerond.