Veel vragen maar (nog) geen reden tot paniek

Op 1 januari trad het re-integratieplan van minister van Volksgezondheid Maggie De Block in voege. Bedoeling is om langdurig zieken sneller terug aan de slag te krijgen en zo de kosten voor de sociale zekerheid terug te dringen. Met het plan kwam ook de nodige ongerustheid. Vanaf 2 maanden ziekte blijk je immers al onder de nieuwe regeling te vallen. Een BLiKopener van ACV-Limburg moest wat licht in de duisternis laten schijnen. Samen met CM en IDEWE werd de nieuwe maatregel onder de loep genomen, of alleszins datgene wat ervan is gekend. Paniek bleek niet nodig te zijn, enkele bezorgdheden en vele vragen daarentegen bleven.

5 miljard euro 

Tussen 2005 en 2015 steeg het aantal werknemers en zelfstandigen, die langer dan een jaar out zijn wegens ziekte, met 64%. Jaarlijks komen er 200.000 nieuwe mensen bij, die langer dan 2 maanden ziek zijn. De kost voor de sociale zekerheid: 5 miljard euro. De besparingsregering Michel ging dan ook vanaf dag 1 op zoek naar maatregelen om hieraan iets te doen. Het re-integratieplan van minister De Block werd het antwoord hierop. Sinds 1 januari is het de bedoeling om langdurig zieken -lees: langer dan 2 maanden ziek- sneller terug aan de slag te krijgen. Tot op heden alsnog zonder sancties. Hoewel de mogelijk tot sanctioneren nooit ver uit de gedachten is geweest, zo bleek vorige week.

Formaliseren

Toch is de vraag om zieken te re-integreren niet nieuw. Ook het proces is geen onontgonnen terrein. Wel nieuw is dat re-integratietrajecten nu geformaliseerd worden. En dat is volgens IDEWE een goede zaak. “Voorheen werd misschien te lang gewacht, tot mensen van de ziekenkas werden gezet, om dit proces op te starten,” zegt arbeidsgeneesheer Lucia Verhoeven van IDEWE-Limburg. “Nu wordt er 2 maanden na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid gekeken of een re-integratie mogelijk is.”

Categorie

Wordt elke zieke vanaf nu dan automatisch na 2 maanden terug richting de werkvloer gestuurd? Een zorg -om niet te spreken van paniek- die bij velen leeft. “Neen,” aldus adviserend geneesheer Rudi Desiron van CM-Limburg. “Zieke werknemers worden in 4 categorieën ingedeeld. Bij 2 categorieën wordt niet eens gesproken over een werkhervatting, omdat deze medisch gezien niet mogelijk is (bv. na een beroerte) of omdat deze niet aan de orde is (bv. mensen die chemotherapie volgen bij kanker),” aldus Rudi. In de 2 andere categorieën gaat het enerzijds om werknemers, die binnen 6 maanden hun oorspronkelijk werk opnieuw kunnen aanvatten (bv. na een polsfractuur). Anderzijds gaat het om werknemers, die opnieuw aan de slag kunnen (tijdelijk of definitief) in een aangepaste job, een volledig andere job of na een herscholing. “Deze werkwijze werd tot op heden ook gehanteerd,” zegt Rudi. “Hoewel heel wat zaken nog moeten worden uitgeklaard, is het alleszins niet onze bedoeling om chronisch zieken terug aan het werk te zetten en allicht is dat ook niet de bedoeling van De Block.”

Burn-out

In eerste instantie zal de focus liggen op werknemers, die arbeidsongeschikt werden na 1 januari 2016. “Werknemers, die nog niet zo lang out zijn, kunnen gemakkelijker terug aan het werk worden gezet omdat zij zich nog niet settelden in hun situatie en er ook nog geen andere factoren spelen zoals bv het financiële aspect,” aldus Rudi. Binnen deze groep zal vooral de aandacht uitgaan naar zij die kampen met een burn-out “omdat we zeker weten dat deze aandoening arbeidsgerelateerd is.” Vanaf 1 januari 2018 zal de doelgroep verruimd worden tot alle arbeidsongeschikten van voor 1 januari 2016.

Vakbond

Tijdens de BLiKopener werd ook ingegaan op de rol van de vakbond. De wet stelt immers dat de werknemer zich gedurende het re-integratietraject mag laten bijstaan door de vakbond. “Het ACV wil van de re-integratie van zieke werknemers een positief verhaal maken,” zegt Els Kerkhofs van de Limburgse Vormingsdienst LiVo. “Meer dan 60% van de aanvragen voor een re-integratie komt er vandaag op verzoek van de werknemer. Er is voor de vakbondsafgevaardigden op de werkvloer dan ook een belangrijke taak weggelegd om dit proces mee in goede banen te leiden, te informeren, te evalueren en bij te sturen waar nodig. Een goed re-integratiebeleid is immers een gedragen re-integratiebeleid waar iedereen, die erbij betrokken is, met het nodige respect wordt behandeld.”

Vragen

Ook voor de werkgevers is een niet te onderschatte rol weggelegd. Een Europees arrest verplicht hen immers tot het doen van redelijke aanpassingen inzake taakverdeling, arbeidsritme, … om een re-integratie mogelijk te maken. Vraag is natuurlijk wat is ‘redelijk’? Hoe ver moet -kan?- een werkgever gaan in het aanbieden van aangepast werk? En zo dringen zich er nog wel meer vragen op. Zullen huisartsen voldoende tijd kunnen vrijmaken voor het bijkomende werk dat hen te wachten staat? Krijgen de mutualiteiten extra budget voor hun adviserende geneesheren? Zijn werkgeversfederaties ermee opgezet dat externe arbeidsgeneesheren hun factuur sturen naar de werkgevers? Zal de verleiding niet groot worden om ‘medische overmacht’ in te roepen? “Heel wat elementen in de re-integratie van langdurig zieken zal nog door de praktijk moeten worden uitgewezen. Laten we alleszins hopen dat het een positief verhaal blijft en dat het niet een verhaal wordt van verplichtingen en sancties, want daar is in het hele opzet niemand mee gediend,” besloot Koen Buntinx (foto) van LiVo de avond.