|
Bij de sociale verkiezingen van 2004 manifesteerde het ACV zich eens te meer als de grootste vakbond in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Op nationaal vlak haalt het ACV een comfortabele absolute meerderheid, zowel in zetels als in stemmen, in de ondernemingsraden en de Comités voor Preventie en Bescherming op het werk. 

De definitieve resultaten van de sociale verkiezingen van mei 2004 bevestigden eens te meer de stelling dat het ACV de belangrijkste vakbond is van België, ver voor het ABVV en het ACLVB. Het ACV behaalde in de ondernemingsraden (OR) 17% en in de Comités voor Preventie en Bescherming op het werk (Comité PB) 20% meer dan de scores van ABVV en ACLVB samen! Als je alle sectoren samentelt, domineert het ACV ruim in Vlaanderen… maar ook in Brussel en Wallonië is het ACV de grootste vakbond. Het hardnekkige misverstand dat Wallonië een ‘rood’ vakbondsbastion is, is al lang achterhaald. Qua zetels is het ACV in Wallonië al sinds de sociale verkiezingen van 1991 de grootste vakbond. Al verscheidene sociale verkiezingen na elkaar is het ACV (CSC) in Wallonië aan een opmars bezig. Het ACV heeft de syndicale krachtsverhoudingen in Wallonië in 1991 in zijn voordeel omgebogen met 47,9% van de zetels in de OR en 51,5% van de zetels in de Comités PB, tegenover respectievelijk 46,1% van de zetels in de OR en 45,9% van de zetels in de Comités PB voor het ABVV (FGTB). Sindsdien heeft het ACV zijn meerderheidspositie alleen maar versterkt. In
2000 werd zowel voor de OR als de Comités PB de kaap gerond van de 50%. In 2004 versterkte het ACV zijn positie
nog met een score van 51,9% van de zetels in de OR en 52,5% van de zetels in de Comités PB. Die winst van het ACV ging ten koste van het ABVV, dat een verlies laat aantekenen van 1,52% in de OR en 0,58% in de Comités PB. De opmars van het ACLVB (CGSLB) in Wallonië is te matig om de drempel van 4% te bereiken (0,52% winst in de OR
en 0,06% winst in de Comités PB). In stemmen bereikte het ACV zijn dominante positie in Wallonië pas recenter. Met de verkiezingen van 2004 verbeterde het ACV zijn score nog (+ 1,8% voor de OR en + 0,75% voor de Comités PB) en is nu uitgesproken de grootste vakbond in Wallonië. Het ACLVB behaalde ook meer stemmen dan in 2000: + 1,01% in de Comités PB en + 0,75% in de OR. Grote verliezer in Wallonië is het ABVV dat een stemmenverlies van 2,84% in de OR en 1,76% in de Comités PB incasseert. Het verschil tussen de twee grote vakbondsorganisaties in Wallonië is tussen 2000 en 2004 dus alleen maar groter geworden. Het is wel meer uitgesproken in zetels (+ 9,90% OR en + 8,56% Comité PB) dan in stemmen (+ 5,60% OR en + 4,04% Comité PB). Een verklaring voor dat surplus voor het ACV zit hem in de veel sterkere inplanting van het ACV in de nieuwe ondernemingen (waar voor de eerste keer sociale verkiezingen worden
georganiseerd), in de kleine ondernemingen, in de dienstensector en de non-profit-sector. Net als in 2000 heeft het ACV deze keer ook zijn positie versterkt in de grote ondernemingen met meer dan 500 werknemers waar het ABVV traditioneel beter scoorde. In Brussel is het ACV sinds 1987 de grootste vakbond, weliswaar minder uitgesproken dan in de andere regio’s. In
2004 behoudt het ACV de eerste plaats met 46,79% van de zetels in de OR en 48,79% in de Comités PB (tegenover
respectievelijk 46,73% en 47,71% in 2000). Het ACV kende een kleine terugval in stemmen, maar dat heeft dus geen
invloed op de zetelverdeling. Het ACLVB realiseerde met de sociale verkiezingen van 2004 zijn beste score ooit in het Brussels Gewest, maar de liberale vakbond haalt wel niet haar doelstelling van 10% zetels die ze zich had voor opgesteld. In stemmen gaat het ACLVB er 1% op vooruit in de Comités PB en 0,53% in de OR. Het ABVV daarentegen bevestigt de negatieve trend die er al in 2000 was en verliest ook in 2004 terrein, zowel in de OR als in de Comités PB. In Vlaanderen was het ACV reeds uitgesproken de grootste vakbond en dat is het nog meer na de sociale verkiezingen van 2004: met 63,2% van de zetels in de OR en 66,1% van de zetels in het Comité PB tegenover respectievelijk 62,4% en 64,9% in 2000. In de profit-sector rondt het ACV de kaap van 60% zetels in beide
overlegorganen. In de non-profit-sector haalt het ACV monsterscores van 83,2% in de OR en 86,9% in de Comités PB. In stemmen uitgedrukt doet het ACV het bijna even goed: in de profit-sector heeft het ACV een absolute meerderheid in de OR (57,7%) en in de Comités PB (58,5%). Het ABVV verliest 0,78% in de OR en 1,76% in de Comités PB. Het ACLVB stagneert. Het ACV is de grootste vakbond in de drie regio’s van het land én tegelijkertijd gaat ze ook ruimschoots de andere vakbonden vooraf in alle werknemerscategorieën (kiescolleges). Bij de bedienden haalde het ACV in 2004 meer dan 60% van de mandaten (zetels) en stemmen. Ook bij de arbeiders heeft het ACV een absolute meerderheid. Een opvallend resultaat bij de sociale ver kiezingen van 2004 is dat er een vooruitgang is van 4% verkozen jongeren in OR en Comité PB. Dit resultaat is des te opmerkelijker omdat het aantal jongerenmandaten in 2004 (in vergelijking met 2000) is verminderd. Het ACV reef meer dan 60% van de jongerenmandaten binnen. Bij de kaderleden is de vooruitgang van het ACV minder spectaculair:van 40,6% van de zetels in 2000 naar 42,5% in 2004. Maar ook met dat resultaat is het ACV uitgesproken de eerste vakbond van de kaderleden, ver voor de Nationale Confederatie van de Belgische Kaderleden (NCK). Net zoals bij vorige sociale verkiezingen bleef het percentage vrouwelijke kandidaten en verkozenen ook in 2004 achter bij het aantal vrouwen dat werkt in ondernemingen en instellingen waar verkiezingen werden georganiseerd. Hoewel er voor uitgang is, is het nog altijd zo dat slechts één derde van de mandaten naar vrouwen gaat. Als je de vakbonden vergelijkt, is het wel zo dat het ACV proportioneel het hoogste aantal vrouwen op de lijsten zet. In 2004 telde het ACV 33,9% vrouwelijke kandidaten voor een zitje in het Comité PB en 31,6% in de OR, tegenover respectievelijk 30,7% en 28,2% voor het ABVV en 26,8% en 26,1% voor het ACLVB. Als je alle vrouwelijke kandidaten van de vakbonden samentelt, dan is meer dan 50% daarvan kandidaat voor het ACV. Wat het aantal vrouwelijke verkozenen betreft, is het ACV nog verder vooruit op de andere vakbonden: 37% van de ACV-verkozenen in de Comités PB zijn vrouwen, tegenover 32% bij het ABVV en 30% bij het ACLVB. Of nog anders geformuleerd: 63% van alle vrouwen die een vakbondsmandaat opnemen in het Comité PB vertegenwoordigen
het ACV (61% in de OR). |