|
|
|
|
|
Er is een algemene systeemfout opgetreden. |
|
| |
ACV Limburg > Actualiteit > Nieuws algemeen > Detail > ACV-Limburg pleit voor buurtgerichte opvang |
|
| |
6.5.2010 ACV-Limburg pleit voor buurtgerichte opvang
|
| |
Eind maart maakte Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen bekend dit jaar nog bijna 10 miljoen euro te willen investeren in de uitbreiding van de Vlaamse kinderopvang. ACV-Limburg, dat vorig werkjaar het thema kinderopvang in haar jaarprogramma opnam, is zeer tevreden met het voornemen van de minister. In een brief liet het Limburgse ACV dan ook weten het initiatief van Vandeurzen toe te juichen maar waarschuwt andermaal voor een versnippering van de middelen.
Proeftuinen
Minister Vandeurzen heeft immers de proefprojecten ‘kinderopvang met dienstencheques’ tijdelijk verlengd. “Nochtans leren tussentijdse evaluaties en de resultaten ons dat dit systeem niet werkt. Amper 5,6% van de beschikbare cheques werden gebruikt,” werpt Mathieu Verjans, voorzitter van ACV-Limburg, op. “Daarnaast blijkt deze methode ook duurder te zijn dan de gewone gesubsidieerde kinderopvang.” ACV-Limburg waarschuwt de minister dan ook voor te veel experimenten en proeftuinen. “Deze leiden vaak tot een versnippering van de middelen en zorgen ervoor dat de mensen in de sector het gevoel hebben met de kraan open te dweilen,” zegt Mathieu. “Wij zijn niet tegen vernieuwing. Proefprojecten kunnen een meerwaarde hebben op voorwaarde dat ze ingebed zijn in een langetermijnvisie en er aan het einde van een experiment daadwerkelijke beslissingen worden genomen.”
Buurt
ACV-Limburg pleit er dan ook voor om de ongebruikte middelen die gereserveerd waren voor de kinderopvang met dienstencheques, in te zetten in de uitbreiding van de buurtgerichte kinderopvang in het kader van de lokale diensteneconomie. Hierbij wordt een lokale behoefte gekoppeld aan de tewerkstelling van mensen uit de omgeving die moeilijk toegang vinden tot de arbeidsmarkt. “Twee vliegen in één klap, waarbij de nood aan meer kinderopvang in de eigen omgeving leidt tot een extra tewerkstelling,” vindt Mathieu. “Bovendien bieden deze kinderopvanginitiatieven niet enkel hun diensten op een laagdrempelige manier aan, zij werken ook effectief samen met opleidingscentra en welzijnsorganisaties in de buurt.” In tegenstelling tot het systeem met de dienstencheques, bewees deze buurtgerichte opvang daadwerkelijk aan de vraag tegemoet te komen en werd dan ook positief geëvalueerd. “Momenteel is een uitbreiding van dit type opvang niet mogelijk binnen de lokale diensteneconomie. Kan minister Vandeurzen niet afspreken met minister Van den Bossche om de resterende middelen van de proeftuinen hierin te investeren?” vraagt de voorzitter zich af.
Regularisatie
Voor de creatie van 800 tot 1.300 nieuwe plaatsen in de buitenschoolse opvang in Vlaanderen trekt Vandeurzen 2,6 miljoen euro uit. Ook hier vraagt ACV-Limburg opnieuw naar de regularisatie voor ‘gemeenten zonder papieren’. Dat zijn de gemeenten die begin jaren '90 niet in de gesubsidieerde Buitenschoolse Kinderopvang Projecten stapten. Volgens het Limburgse ACV zijn de huidige gemeentebesturen -en vooral de inwoners- het slachtoffer van slechte beslissingen van schepencolleges in het verleden. “Wij willen dan ook dat deze gemeenten alsnog de kans krijgen om gesubsidieerde projecten in het kader van buitenschoolse kinderopvang op te starten,” stelt de voorzitter.
Uitbreiding
Voorts is ACV-Limburg tevreden met de geplande investeringen. “Ook al zijn wij er ons van bewust dat met deze extra middelen niet alle kinderopvangproblemen opgelost zullen worden,” zegt Mathieu. “Niettemin, alle beetjes helpen en dus kijken wij in onze provincie uit naar de uitbreiding van de gesubsidieerde kinderdagverblijven met 93 plaatsen en de toename van de bestaande buitenschoolse opvang met 28 plaatsen.”
Carrière
Tot op heden mocht ACV-Limburg nog geen antwoord van de minister op haar schrijven ontvangen, “maar wij zijn beslist van plan om dit dossier op te volgen,” zegt Mathieu. “Als vakbond liggen alle thema’s die te maken hebben met arbeid en gezin ons nauw aan het hart. Een uitgebreid en kwalitatief goed netwerk van kinderopvangmogelijkheden is een must, willen wij zoveel mogelijk mensen aan het werk hebben. Nog te vaak moeten werknemers -en dan vooral vrouwen- een andere wending geven aan hun carrière omwille van het gebrek aan een gepaste kinderopvang. Het moet dan ook een prioriteit zijn om hieraan tegemoet te komen,” vindt Mathieu. | |
| | |
|
|
|
|
|
|
|